Menu
Wandelblog

Flirten met de taalgrens: de Taalgrens wandelroute

Ik hou wel van een fikse wandeling — een understatement op meer dan één vlak— en de Taalgrens wandelroute, een klepper van 37 km, stond dus al een tijdje op mijn bucket list. Omdat manlief het verre stappen nog niet zag zitten, trok ik die dag helemaal alleen met mijn rugzakje (proviand, zonnecrème en plastuit) richting Vlaamse Ardennen. De rit ernaartoe, in mijn perceptie al behoorlijk ‘ver’, was met haar 34 km korter dan het huzarenstukje waar ik me die dag zou aan wagen. Serieus?! Maar 37 km in het wondermooie Zuid-Vlaamse Heuvelland en wat verderop in het Waalse Pays des Collines, eerlijk, zonder blasé te willen zijn, het voelde bijna als een walk in the park. In deze post vertel ik je waarom ik zo hard genoten heb van deze XXL knooppuntenwandeling.

Belgische identiteitscrisis

Voor Belgen een vanzelfsprekend gegeven, voor buitenstaanders een bizar geval. Hoe oud de taalgrens precies is, staat niet vast. Vermoedelijk is ze al vroeg in onze tijdrekening ontstaan door de desintegratie van het Romeinse imperium en de Germanisering van de noordelijke volkeren. Op de kaart van België meandert de taalgrens van oost naar west en snijdt ze het land zowat middendoor, net onder de hoofdstad Brussel.

De taalgrens bakent dan wel twee verschillende taalgebieden af, het landschap van de Vlaamse Ardennen gaat naadloos over in de rollende heuvels van le Pays des Collines. De Taalgrens wandelroute brengt je langs taalgrensgemeentes zoals Maarkedal, Ronse, Brakel en op Waalse bodem Ellezelles en Flobecq. De adembenemende panorama’s en schilderachtige tableau’s storen zich duidelijk niet aan de Belgische identiteitscrisis.

De Taalgrens wandelroute is een suggestieroute langs Vlaamse en Waalse knooppunten. Ik baseerde me op het door Routen voorgestelde traject, maar om praktische redenen vatte ik de wandeling aan in Schorisse (Maarkedal) en niet in Ronse. Routen heeft het verder over een driedaagse wandelvakantie; ik maakte de wandeling in één keer. Ik was dan ook niet aan mijn proefstuk toe. Eerder waagde ik me bijvoorbeeld al aan de Dauwtrip wandelroute, de Wandelwalhalla challenge, de Ringmuswandeling zwart en ooit stippelde ik zelf een route van 60 km uit die ik op een tijdspanne van 13 uur netjes afstapte. Vorig jaar deed ik ook mee aan de Corona-versie van de Dodentocht waarbij ik twee keer 50 km moest stappen op één weekend tijd …

Mijn grootste zorg bij langeafstandswandelingen is niet of ik het ga halen — OIGO, weet je wel — maar wel of er voldoende onverharde wegen zullen zijn. De Taalgrens wandelroute is 38 % verhard, maar op een enkele uitzondering na zijn die verharde wegen nauwe, kronkelende, soms steile maar altijd charmante plattelandsstraatjes of begrinte, af en toe geasfalteerde wandelpaden. Voeg daar zo’n 730 hoogtemeters aan toe en je begrijpt wel waarom dit geen tochtje is voor ongeoefende kuiten.

Schorisse (Maarkedal)

Omwille van praktische redenen (de afstand van bij mij thuis en parkeergelegenheid) startte ik aan de kerk van Schorisse aan de rand van de gemeente. Schorisse is een kleine deelgemeente van Maarkedal en een taalgrensgemeente met Henegouwen. Het landbouwdorp is niet meer dan een straatdorp in een sterk heuvelend landschap ingesneden door diverse beekvalleien. Zo heb je er de Molenbeek met een watermolen die nog steeds in werking is. De molen hing vroeger af van het kasteel van Schorisse dat zelf volledig verdwenen is. 

Vanaf de Sint-Pieterskerk volgde ik het wegwijzertje richting knooppunt 22 dat me naar de voetweg langs de Kasteelmolen bracht. Dit pad kende ik al o.a. van op de Omer Wattez wandelroute, een ode aan de grondlegger van het toerisme in de Vlaamse Ardennen. In de Heirwegstraat moest ik wel even zoeken. De route loopt er immers door een weide achter een huis en is niet meteen zichtbaar vanaf de straat. Wandel je liever niet tussen de koeien, volg dan de Kerkweg of de Langestraat tot op de Kaperij.

Ronse en het Muziekbos

Vervolgens zette ik mijn route verder in de richting van Ronse. Vooraleer ik terechtkwam in het Muziekbos, passeerde ik eerst nog langs het kleinere maar daarom niet minder mooie Bos ter Eecken. Beide bossen worden (deels) beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Ze vormen een beschermd landschap waarin je niet zomaar overal vrij mag rondlopen. De bospaden boeten echter niets aan authenticiteit in. De bewoonde wereld lijkt mijlenver weg; een sprookjeswereld vlakbij. Bijzondere vegetatie draagt daar nog toe bij.

Op het hoogste punt van het Muziekbos staat de Geuzentoren, in 1864 opgetrokken op een oude grafheuvel uit de Bronstijd. Vanop die toren, terwijl hij het landschap bewonderde, riep dichter Pol De Mont ooit : “Maar dat zijn hier de Vlaamse Ardennen!” En zo kwam de streek aan zijn passende bijnaam. Een tweede grafheuvel of tumulus vind je een beetje verderop; deze werd wel bewaard in zijn oorspronkelijke toestand.

Om tot aan de Geuzentoren te wandelen moet je, indien je net als mij niet start in Ronse, de route even verlaten en knooppunt 58 volgen (35 – 58 – 35). Routen stelt dit knooppunt voor als start van de Taalgrens wandelroute, maar parkeren is hier minder evident dan aan de kerk van Schorisse.

Le Pays des Collines

Voorbij het Muziekbos en de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Lorette (de oudst bewaarde kapel van Ronse) stak ik, aan de voet van de Kanarieberg, de grote steenweg over om aan de overkant in Wallonië te belanden. Een ferme klim bracht me verder in het dorpje Ellezelles op de oude spoorweg die ik een vijftal kilometer volgde tot in Flobecq. L’Ancien Chemin de Fer Ligne 87 is nu een aangenaam, geasfalteerd fiets- en wandelpad.

Na een nóg fermere klim via de Hurdumont, één van die typische kuitenbijters die meermaals werd opgenomen in de wielerwedstrijd Dwars door Vlaanderen toen deze nog Dwars door België heette, kwam ik daarna terecht in het bos van Flobecq. Het Livierenbos of Bois de la Louvière ligt pal op de taalgrens in het gebied tussen de gemeenten Flobecq en Brakel. Tot in de 17de eeuw werden hier wolven waargenomen, een aanwezigheid die zich verraadt in de Franse naam van het bos. De kern van het Livierenbos bevindt zich in Flobecq, maar het bos loopt verder uit in het Hayesbos in Brakel. Zo kwam ik terug op Vlaamse bodem.

Brakel

In Brakel wandelde ik langs de 18de-eeuwse stenen korenwindmolen genoemd naar de Verrebeekvallei, een landschap met markante knotwilgenrijen. Vervolgens kwam ik uit bij het Brakelbos dat zich net als de andere bossen op deze wandeling bevindt op de hellingen van een getuigenheuvel, in dit geval de Pottelberg. Hoewel niet alleen de kilometers, maar vooral ook de hoogtemeters tegen dan toch wel in mijn benen hingen, genoot ik enorm van de passage doorheen het sprookjesachtige bos dat ooit aansloot bij het Muziekbos. Ik nam me voor om in de nabije toekomst, met hernieuwde energie, zeker eens terug te keren.

Vooraleer ik kon beginnen aan de laatste etappe van de wandeling, moest ik nog even opnieuw de taalgrens over om uiteindelijk via La Houppe (D’Hoppe) — tegelijkertijd één van de gezelligste stukken van de route omwille van de vele horecagelegenheden, maar ook één van de minste door het stuk langs de drukke Houppe — weer aan te komen in het dorp waar mijn avontuur begon: Schorisse.

De laatste loodjes

Schorisse mag dan misschien maar een klein dorpje zijn, het is het vetrekpunt van een heleboel prachtige wandelingen. Toch was het de eerste keer dat ik passeerde langs het uitkijkpunt van het Bosgat, eveneens een geliefde helling bij Flandriens. Eerlijk gezegd had ik meer verwacht van het uitzicht, dat weliswaar mooi is maar toch niet kan tippen aan andere panorama’s op deze lange knooppuntenwandeling. Het uitkijkplatform is wel ideaal om je benen even wat rust te gunnen.

De passage langs het wondermooie Bos Ter Rijst liet me de zwaarte in mijn benen even vergeten, maar toch was ik opgelucht dat na het Bosgat het einde van de route stilaan in zicht kwam. Door in het Muziekbos een omweg te maken naar de Geuzentoren en hier en daar eens terug te komen op mijn passen, had ik namelijk al meer dan de geplande 37 km op de teller. Maar zelfs die laatste, zware kilometers had ik voor geen geld op de wereld willen missen. Ik legde ze af via kronkelende veldwegels en holle wegen langs enkele van de mooiste hoekjes van de Vlaamse Ardennen.

XXL topper

Door een paar omweggetjes tikte ik die dag uiteindelijk af op 40 km en manlief had gelijk: voor ongetrainde wandelaars is dat een beetje (veel) te hoog gegrepen om in één keer te doen. Maar zoals ik reeds aangaf kan je de Taalgrens wandelroute perfect opdelen in kortere stukken en misschien zelfs combineren met een B&B’tje in de buurt …

Maar of je ze nu op één dag doet of in kleinere etappes, één ding staat vast: de Taalgrens wandelroute is een topper van formaat. De plattelandsstraatjes en voetwegen die over de heuvels van de Vlaamse Ardennen en le Pays des Collines rollen, de bezienswaardigheden zoals de oude molens en kapellen, maar vooral de betoverende bossen op de hellingen van de getuigenheuvels maken van deze knooppuntenwandeling een niet te missen ervaring. Ik herkende tal van prachtige hoekjes van op andere wandelingen in deze streek, maar evengoed ontdekte ik nieuwe plekjes die ik in de toekomst verder wil verkennen. De route zelf doe ik ook zeker en vast nog eens opnieuw. Begin maar al te trainen, schat!

Praktisch

  • Sint-Pieterskerk, Zottegemstraat, 9688 Schorisse (Maarkedal)
  • 37 km
  • ± 6 uur 45 min.
  • 730 hoogtemeters
  • 38 % verhard
  • Knooppuntenroute, GPX of kaart
  • Parkeren kan aan de kerk van Schorisse
  • Je kan de wandeling ook starten op andere plekken, bv. aan knooppunt 58 in het Muziekbos te Ronse

Ik kwam op mijn route geen obstakels tegen. Blijf echter steeds alert. Ik kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor onvolledige en/of niet accurate routebeschrijvingen. Ik kan in geen geval aansprakelijk gesteld worden voor enig direct of indirect verlies, schade of letsel voortkomend uit of verbonden aan het gebruik van deze website. Vind je mijn foto’s mooi? Fijn! Wil je foto’s van mijn blog gebruiken? Vraag dan eerst om toestemming!